Wat is vaginisme?

Vrouwen die vaginistisch zijn, spannen onwillekeurig de spieren van hun bekkenbodem aan wanneer iets de vagina nadert of wanneer de vagina wordt aangeraakt. De spieren van de bekkenbodem zitten ongeveer rondom het buitenste gedeelte van de vagina. De spieren kunnen zo krachtig zijn dat de vagina helemaal dicht aanvoelt. Alsof er niets in kan.

Dat spannen gebeurt soms al voor er iets (een penis, een vinger, een tampon) in de vagina wordt gebracht. In dat geval brengt de gedachte aan penetratie alleen al een vaginistische reactie teweeg. Andere keren spant een vrouw vooral als de vagina wordt aangeraakt.

Niet iedereen ervaart dat spannen van de spieren rondom de vagina bewust. Sommige vrouwen worden echt verrast door hun vaginistische reactie. Andere vrouwen ervaren het spannen als een permanente kramp. Subjectief zijn er een heleboel verschillen. Zowel heteroseksuele als lesbische vrouwen kunnen vaginistisch zijn.

Het is niet zo dat alle vrouwen die spannen wanneer iets de vagina aanraakt of nadert, meteen vaginistisch genoemd mogen worden. Sommige vrouwen spannen namelijk de ene keer wel, maar de andere keer niet. Zij reageren soms vaginistisch, maar echt vaginistisch zijn ze niet.

Zo is er ook nog geen sprake van vaginisme wanneer je geen vinger of tampon kunt inbrengen omdat je te gespannen bent of wanneer een inwendig onderzoek door de dokter niet lukt. En evenmin wanneer je voor de 1e keer gemeenschap wilt hebben en dit niet meteen goed gaat. Pas wanneer je telkens weer en heel systematisch merkt dat je geen vinger of tampon in de schede kunt inbrengen, of geen gemeenschap kunt hebben ondanks dat je dat werkelijk wilt, ben je waarschijnlijk vaginistisch.

Soorten vaginisme

Sommige vrouwen reageren alleen vaginistisch bij een direct seksuele benadering, dus wanneer de penis de vagina nadert. Ze spannen niet voor hun eigen vingers, of die van hun partner of die van de arts bij een lichamelijk onderzoek. Deze vorm van vaginisme wordt ook wel apareunie genoemd: alleen de gemeenschap lukt niet, verder is de vagina wel toegankelijk.

Er is sprake van compleet vaginisme wanneer niets naar binnen kan, geen penis, geen vinger van de vrouw zelf of van haar partner of van de arts, geen tampon.

Bij situatief vaginisme komt het vaginisme in bijzondere gevallen voor en in andere gevallen niet. Bijvoorbeeld wel met de ene partner, maar niet (in dezelfe tijdsperiode) met een andere partner.

Verder wordt er nog onderscheid gemaakt tussen primair en secundaire vaginisme. Men spreekt van secundair vaginisme wanneer de gemeenschap vroeger wel lukte, maar nu niet meer.

Voor de volledigheid moeten we nog vermelden dat een vrouw soms wel gemeenschap kan hebben, maar dat het (gemeen) pijn doet. Dan is er geen sprake van vaginisme - de gemeenschap lukt immers wel - maar van dyspareunie (pijn bij de gemeenschap). De oorzaken van dyspareunie zijn over het algemeen anders dan die van vaginisme, hoewel er wel een zekere overlap bestaat.

Een vicieuze cirkel

De meeste vaginistisch reagerende vrouwen zullen de vicieuze cirkel herkennen van: 
pijn voelen – spannen – angst voor pijn voelen – spannen – pijn voelen, enzovoorts.

Het aanspannen van de spieren van de bekkenbodem is een natuurlijke reactie op pijngevoel en op angst voor pijn. Het is een onwillekeurige reactie van het lichaam op gevaar. Bij herhaling van deze reactie ontstaat een reflex, dat wil zeggen dat het spannen iedere keer weer optreedt als de schede benaderd wordt. De vrouw in kwestie is zich daar vaak nauwelijks of niet van bewust. Dergelijke reflexen gaan buiten iemands wil om. Dat betekent dat ze niet tegen te houden zijn, ook niet als een vrouw daar hevig haar best voor doet.

Bij vrijwel elke vaginistisch reagerende vrouw is er ergens in haar verleden een reden geweest om de bekkenbodemspieren aan te spannen, en is deze reactie een reflex geworden. Die reflex is vaak vast komen te zitten door alle pogingen om gemeenschap te hebben daarná. Iedere poging om gemeenschap te hebben versterkt namelijk de reflex. Iedere keer is er immers weer sprake van pijn of de angst dat het weer mislukt.

 

Uit: De gesloten vrouw - Connie van Gils & Willeke Bezemer